Basis Fotografie

Op deze pagina wil ik wat basisuitleg geven over fotografie.
Ik weet dat er talrijke websites bestaan waarop deze informatie is beschreven, maar op deze pagina probeer ik op een heel eenvoudige manier en met gebruik van foto’s dit alles een beetje te verduidelijken.

Zelf fotograaf ik momenteel met een micro four thirds camera (MFT) omdat deze toestellen en lenzen wat compacter en lichter zijn dan hun equivalenten voor APS-C of full-frame (FF) camera’s. (Vroeger fotografeerde ik met een APS-C camera van een gekend merk.)
Qua beeldkwaliteit vind ik persoonlijk dat deze verschillende types allemaal vergelijkbaar zijn. Het merk van je camera maakt uiteindelijk niet zo heel veel uit. Lenzen zijn veel belangrijker voor de uiteindelijke beeldkwaliteit en hier blijft de regel gelden dat lenzen van hoogwaardig glas een pak duurder zijn.

Alle foto’s die hieronder getoond zijn, zijn dan ook met een micro four thirds camera genomen.
Als je het diafragma of de brandpuntsafstand wilt vergelijken voor de verschillende types van camera’s, moet je de hieronder vermelde waardes vermenigvuldigen met 1,3 om ze om te zetten naar APS-C en met 2 om ze om te zetten naar full frame.

Wat is diafragma?

Het diafragma bepaalt hoeveel licht er door de lens op de sensor kan komen. Hoe kleiner dit getal is, zoveel groter wordt de opening waardoor er licht kan vallen. Hoe groter de opening is, zoveel korter zal de sluitingstijd zijn. Maar ook, hoe kleiner dit getal is, zoveel beperkter zal de scherptediepte zijn.

Het diafragma wordt aangegeven door een “f” gevolgd door een getal. Het kleinst mogelijke getal is 1 (de grootste opening) en het gaat dan verder tot meestal een maximum van 32 (de kleinste opening) volgens deze reeks: 1 – 1,4 – 2 – 2,8 – 4 – 5,6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32.
Voor elk van onderstaande foto’s is er steeds scherpgesteld op het beertje uiterst rechts.

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/2, 1/15 sec, ISO200)
ISO 200 – f/2,0 – 1/15 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/2.8, 1/8 sec, ISO200)
ISO 200 – f/2,8 – 1/8 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/4, 1/4 sec, ISO200)
ISO 200 – f/4,0 – 1/4 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1/2 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/8, 1 sec, ISO200)
ISO 200 – f/8 – 1 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/11, 2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/11 – 2 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/16, 4 sec, ISO200)
ISO 200 – f/16 – 4 sec – 25mm

Wat is brandpuntsafstand?

De brandpuntsafstand van een lens (uitgedrukt in mm) bepaalt hoeveel van je omgeving je in één beeld kunt vastleggen. Hoe kleiner dit getal hoe meer van je omgeving je kan vastleggen.

Traditioneel wordt de brandpuntsafstand weergegeven voor een full-frame camera. Afhankelijk van het aantal millimeters worden de lenzen opgedeeld in een aantal categoriën.

  • fish-eye: < 16 mm (< 8 mm voor MFT) – doordat deze lenzen een heel breed zichtveld hebben, krijg je een bolle vervorming
  • groothoek: van 16 mm tot 28 mm (8 mm tot 14 mm voor MFT) – ideaal voor landschapsfoto’s
  • standaard: 50 mm (25 mm voor MFT) – deze lenzen hebben een zichtveld dat ongeveer even breed is als het zichtveld van een mens
  • portret: 85 mm (42,5 mm voor MFT) – ideaal voor portretten van mensen te maken
  • tele: > 100 mm (50 mm voor MFT) – ideaal om een onderwerp dat verder weg is toch nog groot in beeld te krijgen.

Zoals je zal merken in onderstaande foto’s gebeurt er nog iets naarmate dat de millimeters toenemen. Als je naar de foto kijkt die met de groothoek werd genomen, zal je zien dat de beertjes ver uit elkaar lijken te staan. Als je naar de foto kijkt die met tele werd genomen, lijkt het alsof de beertjes zich op quasi dezelfde afstand bevonden en vervlakt het beeld.
Alle foto’s op deze pagina werden echter genomen op dezelfde dag zonder de beertjes ook nog maar één millimeter op te schuiven. Ook hier werd er steeds scherpgesteld op het uiterst rechtse beertje.

Voor de linkerkant van onderstaande reeks foto’s ben ik met het toenemende aantal millimeters zelf steeds verder van het onderwerp afgegaan om ongeveer steeds hetzelfde in beeld te hebben.
Voor de rechterkant van onderstaande reeks foto’s ben ik steeds op dezelfde plaats gebleven en zie je dus het effect van het toenemende aantal millimeters op de beelduitsnede.

ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 7mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (7mm, f/5.6, 1/3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,3 sec – 7mm

ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 12mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (12mm, f/5.6, 1/3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,3 sec – 12mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,5 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2.5 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (43mm, f/5.6, 1/2.5 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 42,5mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (43mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,5 sec – 42,5mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (74mm, f/5.6, 1/3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,3 sec – 74mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (74mm, f/5.6, 1/2.5 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 74mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (101mm, f/5.6, 1/3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,3 sec – 101mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (101mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,5 sec – 101mm

Wat is lichtgevoeligheid (ISO)?

Met de lichtgevoeligheid van je camera aan te passen, kan je “dezelfde” foto maken met een kortere sluitertijd. Hoe korter de sluitingstijd hoe minder kans je hebt op bewegingsonscherpte (door jezelf, de wind of door het onderwerp).
Dit gaat echter ten koste van de beeldkwaliteit, want hoe hoger de ISO waarde hoe minder detail er op je foto te zien is. Als je je foto enkel in het klein weergeeft, zal je hier minder van merken. Bij het uitvergroten, zal je dit echter wel duidelijk zien.

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1/2 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/4 sec, ISO400)
ISO 400 – f/5,6 – 1/4 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/8 sec, ISO800)
ISO 800 – f/5,6 – 1/8 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/15 sec, ISO1600)
ISO 1600 – f/5,6 – 1/15 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/30 sec, ISO3200)
ISO 3200 – f/5,6 – 1/30 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/60 sec, ISO6400)
ISO 6400 – f/5,6 – 1/60 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/125 sec, ISO12800)
ISO 12800 – f/5,6 – 1/125 sec – 25mm

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/250 sec, ISO25600)
ISO 25600 – f/5,6 – 1/250 sec – 25mm

Wat is belichtingscompensatie?

Belichtingscompensatie laat je toe om de belichting aan te passen zoals de naam al aangeeft. Het wordt uitgedrukt in eV en kan zowel een positief getal als een negatief getal zijn.
Je fototoestel meet de hoeveelheid licht van hetgeen in beeld te zien is en probeert de beste belichtingstijd te kiezen. Als je echter in een sneeuwlandschap rondloopt, dan ziet je toestel veel licht en zal het proberen de sluitertijd kort te houden zodat je toch nog voldoende details in de sneeuw kan zien. Maar misschien is voor jou niet de sneeuw het belangrijkste, maar wel de persoon die in de sneeuw loopt.
Als je je toestel automatisch laat kiezen, bestaat de kans dat deze persoon redelijk donker zal worden weergegeven. Met de belichtingscompensatie kan je dit aanpassen en kan je gaan overbelichten. Hierdoor zal de persoon duidelijker te zien zijn, maar zal de sneeuw wellicht overbelicht zijn.

Indien je iemand probeert te fotograferen in een donkere omgeving, dan zal je fototoestel zich ook richten op het donkere gedeelte en zal het een langere sluitertijd kiezen zodat je ook de details in dit zwart kan zien. Ook hier is dit niet hetgeen wij willen. Laat het zwart maar zwart zijn, het onderwerp is belangrijker. In een donkere omgeving zal je dus eerder moeten onderbelichten om het onderwerp correct te belichten.

De onderstaande reeks foto’s toont dit aan. Links werden de foto’s genomen met een zwarte achtergrond. Rechts met een witte achtergrond. De hoeveelheid licht die op het onderwerp viel was constant hetzelfde. Toch zal je zien dat met de zwarte achtergrond de belichtingstijden veel langer zijn.
Ook valt bij de reeks met donkere achtergrond heel goed op dat bij een neutrale belichting (0 eV) het beertje duidelijk overbelicht is.

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1 sec – 25 mm – -1,0eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/4 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1 sec – 25 mm – -1,0eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1.3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1,3 sec – 25 mm – -0,7eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,3 sec – 25 mm – -0,7eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1.6 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1,6 sec – 25 mm – -0,3eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2.5 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,4 sec – 25 mm – -0,3eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 2.5 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 2,5 sec – 25 mm – 0eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,5 sec – 25 mm – 0eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 3.2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 3,2 sec – 25 mm – 0,3eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/1.6 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,6 sec – 25 mm – 0,3eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 3.2 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 3,2 sec – 25 mm – 0,7eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1/1.3 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 0,8 sec – 25 mm – 0,7eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 4 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 4 sec – 25 mm – 1eV

OLYMPUS IMAGING CORP. E-M1 (25mm, f/5.6, 1 sec, ISO200)
ISO 200 – f/5,6 – 1 sec – 25 mm – 1eV

  • on